15 Jan, 11:49, 44
x viewed
Dit verhaal had ik eigenlijk willen bewaren voor het uitgebreide blog dat ik ben aan het schrijven. Ik verwacht dat ik het tegen het einde van het jaar wel zo'n beetje af heb aangezien het niet alleen maar over parachutespringen gaat.
Tot die tijd is hier op speciaal verzoek het verhaal van mijn 78e sprong..
---
Een van onze piloten was op een goede dag bezig om de nieuwste aanwinst binnen de pilotengroep van PCMN te leren hoe men para’s dropt. Hiervoor hadden ze slachtoffers nodig in de vorm van para’s die als proefkonijn konden dienen.
Ze gebruikten de Cessna 182, waarin plaats is voor vier personen, de piloot niet meegerekend.
Aangezien de ervaren piloot meemoest voor de morele steun tussen die rare paras, alsook voor het geven van aanwijzingen, waren er dus drie plaatsen over.
Sabeth, een vriendin van me, bood aan om jumpmaster te spelen in deze stick, en vroeg aan mij en een medeleerling of we mee wilden gaan. Tot mijn verbazing droeg ze niet haar normale helm, die het hele hoofd bedekt (een “full face helm”), maar slechts een geel brilletje. Ze ziet mijn opgetrokken wenkbrauwen, en legt uit dat een full face de communicatie beperkt, en gezien het feit dat dit de eerste keer is dat de piloot para’s dropt, wil ze niks aan het toeval overlaten.
Ik knik, maar vraag me af waarom ze dan geen open leerlingenhelm draagt. Maar goed, ze heeft haar C-brevet, en weet vast wel wat ze doet.
Het plan was dat mijn medeleerling er op 3500 voet (ook wel “drie en een half” genoemd) uit zou gaan en dan meteen na drie seconden zijn parachute zou openen; een zogenaamde “clear and pull” of CP. Mijn lieftallige jumpmaster en ik zouden dan doorgaan naar 6000 ft, en een gelinkte exit maken. Dit was de maximaal haalbare hoogte in verband met de wolken.
De nieuwe piloot kondigde over de radio aan dat hij twee sticks zou vliegen, waarvan een naar 3,5 en een naar 6. In plaats daarvan had hij moeten zeggen dat hij een stick met twee verschillende afspringhoogtes had. Zijn instructeur nam echter de moeite niet om hem te corrigeren – “dat mag ie zelf doen, vanuit de lucht”, sprak hij met een brede grijns.
Onze nieuwe piloot had nog nooit een C182 gevlogen, al had hij wel al ruim 20 jaar ervaring in de commerciële luchtvaartsector. Vandaar dat een paar van de minder belangrijke systemen moesten worden aangewezen door zijn instructeur.
Hierbij vertaalde ik een en ander in het Engels, omdat mijn medeleerling geen Nederlands spreekt.
“Daar zit de intercom,” wees de instructeur.
“That’s for starting the engine,” vertaalde ik.
“Nee, je GPS zit daar,” klonk het.
“The spinny thingy up front generates lift,” zei ik met een stalen gezicht.
Mijn medeleerling begint te lachen. “Now I know you’re bullshitting me!”
Toen waren we klaar voor take-off. Ondanks alle praatjes was ik toch best opgelucht toen we eenmaal veilig en wel opgestegen waren. Het vliegtuig begon gestaag te klimmen. Heel erg gestaag, naar mijn mening.
Toen we dan uiteindelijk op 3,5 waren, ging de piloot wat vroeg op jump run; de koers (tegen de wind in) die de springers de beste mogelijkheid geeft terug te komen bij de gewenste landingszone. Bij de C182 is het zo dat niet de springers, maar de piloot de deur moet open doen.
“Deur!” riep de piloot.
“Nee, da’s jouw taak,” aldus de instructeur.
Oh.
De piloot opent de deur, en zoals gewoonlijk neemt het geluidsniveau in het vliegtuigje flink toe nu de wind naar binnen raast.
Sabeth steekt haar hoofd uit de deur, en bepaalt het daadwerkelijke exit punt. Dan klimt mijn medeleerling uit het vliegtuig, gaat op de trede staan die aan de wielstrut is bevestigd en maakt een perfecte clear & pull. De piloot sluit de deur, maar geeft hierbij per ongeluk nogal een slinger aan zijn stuurknuppel of voetroer, zodat het vliegtuigje een wilde zwenkbeweging maakt.
Sabeth en ik kijken elkaar aan. Ik weet niet hoe het met haar zit, maar ik ben heel erg blij dat ik een parachute omheb. Stiekem voel ik of alle hendels nog op hun plaats zitten – check.
Over het lawaai van de motor roept Sabeth dat ze erg te spreken is over de CP van mijn medeleerling. Ze is echter minder enthousiast over de plek waar ze hem uit het vliegtuig heeft gezet, want ondanks dat ze geruime tijd met haar hoofd buiten de deur heeft gezeten was ze nog steeds wat aan de vroege kant met OK geven. Hierdoor was mijn medeleerling het vliegtuig uitgegaan toen hij nog “downwind” van de dropzone was en daarom zal hij waarschijnlijk moeite hebben om terug bij het veld te komen.
Intussen lijken de wolken erg rap dichterbij te komen en ik begin me af te vragen of we überhaupt wel 6000 voet “krijgen”...
In de relatieve stilte nu de deur dicht is, roept Sabeth dat we er hoe dan ook gelinkt uit gaan; of we nou vijf of vier krijgen, maar in dat geval moet ik na tien seconden openen, wat er ook gebeurt. Ik knik, maar ik hoop stiekem dat we minstens 5 krijgen. Ik hou wel van ruime veiligheidsmarges. Ik bedoel, met mij komt het wel goed, daar twijfel ik niet aan, maar zij moet nog omdraaien en wegtracken. Natuurlijk, ze is een ervaren springster en weet goed waar ze mee bezig is, maar toch..
Wie of wat er daarboven ook zit, mijn gebeden werden verhoord. Op vijfduizend voet raakten de vleugels van het vliegtuig nog maar nauwelijks de wolken. Het vliegtuig gaat tegen de wind in vliegen, en wederom gaar de deur open en steekt Sabeth haar hoofd naar buiten.
Zodra ze OK geeft klim ik zoals gepland op de trede, net zoals mijn medeleerling voor mij.
Toen moest ik mijn linkerhand verplaatsen van de handgreep (die van buitenaf gezien rechts naast de deur zit) naar de linkerdeurpost om zo Sabeth beter de gelegenheid te geven de grips op mijn overall vast te pakken. Deze manoeuvre diende uitgevoerd te worden terwijl ik me met mijn rechterhand stevig vasthield aan de wingstrut en ik met mijn voeten op de trede balanceerde.
Heb je dan geen last van de wind, zult u zich afvragen.
Nou, nogal ja. Op het moment dat ik mijn linkerhand loslaat lazer ik bijna achterover van de trede (of “step”) af. Ik maak een maaiende beweging met mijn linkerarm om mijn evenwicht te bewaren en tot mijn schrik raak ik daarbij iets. Met grote ogen kijk ik naar Sabeth, maar die is druk bezig met op haar plaats te gaan staan en reageert niet.
Ik kom tot de conclusie dat ik dan vast het vliegtuig ergens heb geraakt of iets dergelijks, en pak de deurpost alsnog beet. (later vertelde ze me dat ik haar “een dreun gaf, dat ze bijna terug het vliegtuig in viel. Doe efficiënt, klim vast mee naar buiten, weet je wel..”)
Ze kijkt me aan en knikt om aan te geven dat ze er klaar voor is. Dan geef ik met mijn rechterbeen het teken om af te springen. We maken een prima exit, en terwijl onze neerwaartse snelheid almaar hoger wordt kijken we elkaar aan. Ze kijkt scheel (opzettelijk, van zichzelf doet ze dat niet) en ik steek mijn tong uit en schud met mijn hoofd. Dan zie ik iets “raars” in haar lichaamstaal en ik kijk haar onzeker aan. Doe ik iets verkeerd?
Ze komt dichterbij.
Een “kiss-pass”, realiseer ik me plotseling. Wat lief!
Ik presenteer mijn wang, en sluit mijn ogen terwijl ik mijn zoentje in ontvangst neem.
Ze blijft liggen, dus ik maak me klaar om terug te zoenen.
Ik sluit wederom mijn ogen, maar sper ze vervolgens wagenwijd open als ik haar per ongeluk vol op haar mond zoen.
Ik denk, kut – wat doe ik nou!
Helemaal stijf van de schrik kijk ik haar aan, maar haar ogen kijken vanuit haar gezien naar rechts weg terwijl ze zich concentreert op het achteruit gaan vliegen en het krijgen van een hogere valsnelheid.
Na twee of drie seconden kijkt ze me aan. Ik realiseer me met een schok dat ik moet openen en reik naar mijn ripcord.
Na de landing had ik grote moeite met het onder controle krijgen van mijn parachute, de wind had besloten dat het wel grappig zou zijn deze weer op te blazen en ermee aan de haal te gaan, mij hierdoor enkele meters meeslepend. Een instructeur moest me te hulp komen.
Heel timide liep ik naar het busje waarmee we terug naar de club zouden rijden en waar Sabeth al met een andere instructrice stond te praten.
Ik was net op tijd om haar te horen zeggen:
“Ja, en Dennis die is dan zo netjes dat hij je zijn wang toekeert – maar ik had zoiets van, ‘k dacht het niet!”
Dan, zich naar mij omdraaiend, “Was je erg geschrokken? Ik moest je zelfs nog een signaal geven om te openen.”
Ik zweer dat ik dat handgebaar niet eens gezien heb. Zo groot was mijn opluchting toen ik zag dat haar ogen lachten toen ze omhoog keek.